Pleidooi voor een slanke en lenige Taalunie

Nu de Nederlandse Taalunie in woelige wateren verkeert, en er vanuit de internationale neerlandistiek veel kritiek komt over haar beleidskeuzes, is het goed nog eens aan een paar beginselen te herinneren.

Het verdrag voor de Nederlandse Taalunie (NTU) heeft een belangrijke interne en externe doelstelling: binnen het taalgebied moet de NTU een brede aanpak garanderen bij de regelingen voor taal, literatuur en cultuur; buitengaats moet ze het Nederlands uitdragen en de belangen ervan verdedigen in de wereld.

Vooral over dat tweede aspect was het voorbije jaar heel wat commotie naar aanleiding van besparingen die de NTU moest doorvoeren. De Internationale Vereniging voor Neerlandistiek (IVN) , de belangenvereniging voor docenten Nederlands aan universiteiten en hogescholen wereldwijd, had als kritiek dat de besparingen de buitenlandse neerlandistiek onevenredig troffen.

De Adviescommissie Financiële Openheid IVN – Taalunie (AFO) die in het verlengde van deze discussie werd opgericht, en werkte in opdracht van het Comité van Ministers, kwam tot de conclusie dat de zgn. ‘apparaatskosten’ onevenredig hoog liggen, wat op termijn een bedreiging kan vormen voor de werking en slagkracht van de NTU.

De Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde (KANTL), als pleitbezorger van de Nederlandse taal en letterkunde, hecht groot belang aan het voortbestaan van de Taalunie als waarborg voor de samenhang van taal- en cultuurbeleid binnen het taalgebied. Omdat ze vele buitenlandse ereleden telt, is de Academie zich  bovendien sterk bewust van het feit dat docenten Nederlands in de wereld de ware ambassadeurs zijn van  onze taal, literatuur en cultuur.

De  zorg voor onze taal dient een evident economisch, politiek en diplomatiek belang. Maar nog belangrijker is dat die zorg voor de interne samenhang van taal- en cultuurbeleid en voor de uitstraling van het Nederlands in de wereld  het zelfvertrouwen van een taal-  en cultuurgemeenschap schraagt.

Wij willen de politieke gezagsdragers, het Comité van ministers, de Interparlementaire Commissie en de nationale parlementen, dan ook oproepen, in een geest van openheid en vertrouwen in eigen kracht, de nodige stappen te zetten en middelen te investeren

  • om van de NTU  een slanke en lenige organisatie te maken die makelt en schakelt, en beleid kan blijven voeren op de haar toevertrouwde aandachtsdomeinen.
  • om de neerlandistiek wereldwijd te bevorderen en zo de uitstraling van onze taal en cultuur in het buitenland  te versterken, in het kader van de culturele diplomatie van Vlaanderen en Nederland.

30 juni 2016

Download dit standpunt als pdf-bestand.