Colloquium ‘Dichter Hubert van Herreweghen. De speelman van Pamel’

Van Hubert van Herreweghen (1920-2016) verscheen bij uitgeverij P in 2020 Verzamelde gedichten. De bundel werd bezorgd door Dirk de Geest en Patrick Lateur, die nu ook een colloquium organiseren ter ere van deze belangrijke naoorlogse dichter. Aspecten van zijn poëtisch oeuvre worden behandeld door Stefaan Evenepoel, Dirk de Geest, Lut Missinne en Piet Gerbrandy. Johan van Cauwenberge leest voor uit het werk van Van Herreweghen.

Hubert van Herreweghen (© Anne van Herreweghen)

Programma

14u: Verwelkoming  (Patrick Lateur)

14u05: Stefaan Evenepoel (emeritus UGent) – ‘Al wat ik kreeg van kunde’. Een volle eeuw lyrisch meesterschap

Het langlopende dichterschap van Hubert van Herreweghen laat een bijzondere samenhang zien rond dezelfde wezenlijke tegenstellingen. Een ervan is de tegenstelling tussen donkerte, verlorenheid, dreiging van dood en vergankelijkheid en de zwaarte van zonde en schuld aan de ene kant, en aan de andere kant lichtheid, verwondering om de kleine dingen en het opgaan in een groter tijdloos verband. Zijn christelijk engagement voedt de beide polen. Toch doet zich in zijn coherente oeuvre ook een opmerkelijke evolutie voor. Schreef de dichter eerst vooral donkere en zeer vormvaste verzen, later gaat zijn schrijven geleidelijk over in meer luchtigheid, meer zelfironie, meer vrolijke verstilling en ook vormexperimenten. Doet zijn vroege poëzie wel eens aan de zwaarte van Van de Woestijne denken, in zijn latere poëzie breekt de lichtheid van Gezelle definitief door.

14u35: Dirk De Geest (KU Leuven) – ‘Moderne onrust in klassieke maat’. Hubert van Herreweghen en het jongerenprobleem na de Tweede Wereldoorlog

In de jaren na de Tweede Wereldoorlog is de literatuur in Vlaanderen aan een grondige herorganisatie toe. Er is de poging om radicaal te breken met de bezettingsjaren (en met de collaborerende schrijvers) maar er is evenzeer de wens om daadwerkelijk tot een ‘nieuwe’ literatuur te komen, die de spiegel moet vormen van het eigentijdse klimaat. In dat perspectief worden tal van pogingen ondernomen, zowel poëticaal als institutioneel. Bij heel wat van die discussies speelt Hubert van Herreweghen een belangrijke rol (iets wat merkwaardig genoeg in de literatuurgeschiedenissen over het hoofd is gezien). Bij wijze van verkenning worden hier een paar van die initiatieven van dichterbij bekeken, van de Vlaamse Poëziedagen tot het tijdschrift Janus.

15u05: Johan van Cauwenberge leest voor uit Verzamelde gedichten (Uitgeverij P, Leuven)

15u15: Koffie

15u45: Lut Missinne (WWU Münster) – ‘Een plasje water en een mus’. Verdichte plaatsen

Voor de dichter-wandelaar of ‘landloper’, zoals Hubert van Herreweghen zich in het gedicht ‘Zelfportret’ noemt, is het landschap geen decor maar leidt het tot een ontmoeting. De steden en landen die hij bezoekt, zijn Brabantse geboortestreek, de Brusselse pleinen en tuinen zijn voor de dichter als reisgenoten op zijn weg. Hij neemt ze oplettend waar, luistert aandachtig en vindt er herinneringen en herkenning, maar ook ontdekkingen en vervreemding. Deze observaties zijn uiteindelijk de aanzet van een zoektocht naar zingeving die de menselijke conditie overstijgt.

16u15: Piet Gerbrandy (Universiteit Amsterdam) – ‘Mijn teen tast poëzie’. Traditie en zintuiglijkheid

Tradities zijn van nature behoudend, vandaar dat kunstenaars die zich op een traditie beroepen als conservatief gelden. In de westerse literatuur van de twintigste eeuw hebben zich verscheidene, al dan niet ‘mooie kleine’, revoluties voorgedaan, maar opmerkelijk genoeg grepen de vertegenwoordigers ervan, bij het verwerpen van hun directe voorgangers, vaak terug op nog veel oudere tradities. Formele conventies werden als burgerlijk en versteend beschouwd, terwijl het streven naar een ‘lichamelijke taal’ verbinding zocht met de oorsprong van taal en poëzie, die niet los gezien kan worden van de ritmes van de natuur zelf. Hubert van Herreweghen begon als conventioneel en in maatschappelijk opzicht behoudend dichter, maar ontwikkelde vanaf het begin van de jaren tachtig een eigen stijl, die, misschien via de zintuiglijkheid van Gezelle, zijn poëzie tot bijna autonoom natuurverschijnsel maakte. Het gedicht als bloem, als vogelzang, als zorgvuldig onderhouden cultuurlandschap.

16u45: Johan van Cauwenberge leest voor uit Verzamelde gedichten

17u55: Besluit en receptie

 

Praktisch

Wanneer? woensdag 23 februari 2022 om 14 uur

Waar? KANTL – Koningstraat 18, 9000 Gent

De toegang is gratis. Schrijf je vooraf wel even in door vóór 18 februari te mailen naar secretariaat@kantl.be of te bellen naar (0)9 265 93 40.

Dit evenement is een organisatie van de Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal en Letteren en uitgeverij P.

 

Over de referenten

Stefaan Evenepoel was tot voor kort als voorzitter van de afdeling Nederlands verbonden aan de vakgroep Vertalen, Tolken en Communicatie van de Universiteit Gent, waar hij o.a. vakken doceerde over cultuur en maatschappij van de Nederlanden en interculturaliteit. Hij promoveerde aan de KU Leuven op een proefschrift over de poëzie van Rutger Kopland en publiceerde artikelen over hedendaagse Nederlandse poëzie en het vertalen van literaire teksten.

 

 

Dirk de Geest doceert Moderne Nederlandse literatuur aan de KU Leuven. Zijn onderzoek gaat voornamelijk uit naar twintigste-eeuwse literatuur en hij schrijft regelmatig recensies en artikels over o.a. Vlaamse poëzie. Hij bezorgde samen met Patrick Lateur de recente uitgave van Van Herreweghens verzamelde poëzie.

 

 

 

Johan Van Cauwenberge werkte sinds 1974 als regisseur en presentator voor radio Klara. Hij debuteerde in 1982 met de dichtbundel Het twaalfde teken. In Dantologie (1994) combineerde hij een aantal visuele collages met een reeks speelse fantasieën rond Dante. Voorts schreef hij monografieën over het werk van o.m. Luc Hoenraet, Goedele Peeters, Jef Van Grieken en Willy Peeters. In 2020 verscheen bij uitgeverij P een bloemlezing uit zijn verzen: Wat blijft is de rivier

 

Lut Missinne is hoogleraar moderne Nederlandse letterkunde aan de Westfälische Wilhelms-Universität Münster. Haar onderzoek en publicaties gaan over autobiografische literatuur, reisliteratuur, literatuur uit het interbellum en Duitse vertalingen van Nederlandstalige auteurs. Ze is momenteel hoofdredacteur van het tijdschrift Internationale Neerlandistiek.

 

Piet Gerbrandy is classicus, dichter en essayist. Hij doceert Klassiek en Middeleeuws Latijn aan de Universiteit van Amsterdam en is redacteur van De Gids. Hij vertaalde werk van o.m. Aristoteles, Quintilianus en Boëthius, waarvoor hij de Homerusprijs 2020 ontving. Voor de essaybundel Grondwater werd hem de J. Greshoff-prijs 2020 toegekend en hij werd verder bekroond met o.m. de Herman Gorter- en de Jan Campert-prijs. Voor zijn oeuvre kreeg hij in 2005 de Frans Kellendonk-prijs.

  Deel deze pagina