Frank WILLAERT (Veurne, 1952) studeerde Germaanse filologie te Kortrijk en te Leuven (1970-74) en Mediëvistiek te Poitiers (1977-78). Hij was achtereenvolgens werkzaam aan de Universiteit Antwerpen (1974-75), aan de KU Leuven (1975-82) en aan het Instituut voor Nederlandse Lexicologie te Leiden (1982-84). In 1982 promoveerde hij te Leuven onder leiding van prof. dr. N. de Paepe tot doctor in de Germaanse filologie met een proefschrift over de Liederen van Hadewijch. In 1984 werd hij docent (1992 hoogleraar, 2000 gewoon hoogleraar) Oudere Nederlandse Letterkunde aan de Universiteit Antwerpen. In 2017 ging hij met emeritaat. Sinds 2006 is hij buitenlands lid van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen. Hij is hoofdredacteur van V&M, de Verslagen en Mededelingen van de KANTL.
Willaerts publicaties handelen vooral over de middeleeuwse mystiek (Hadewijch en Ruusbroec) en de minnelyriek. Voor zijn boek De poëtica van Hadewijch in de Strofische Gedichten (Utrecht, HES Publishers, 1984) werd hem in 1988 de Vijfjaarlijkse Prijs van de Vlaamse Provincies voor een monografie toegekend. Een editie van de Liederen van Hadewijch (Groningen: Historische Uitgeverij, 2009), die hij maakte in samenwerking met zijn collega’s Veerle Fraeters en Louis Peter Grijp (†), werd in 2012 door de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde te Leiden bekroond met de driejaarlijkse Kruyskampprijs. Voor zijn onderzoek over de middeleeuwse lyriek ontving Willaert, samen met Grijp, in 2005 de ANV-Visser-Neerlandiaprijs voor Cultuur.