Bruls noemde Van Oostendorp 'het gezicht van de Neerlandistiek', en roemde onder andere zijn pionierschap in het kader van de digitalisering van de neerlandistiek (waaronder het Laurens Janszoon Costerproject), en zijn betrokkenheid bij vele nationale en internationale initiatieven (treffend omschreven als ’talloze commissies en weet ik wat allemaal’), en uiteraard de grote rol die hij in de afgelopen decennia gespeeld heeft bij het online tijdschrift Neerlandistiek. Daarbij liet hij niet na te vermelden dat Van Oostendorp in een razend tempo publiceerde, 'ongeveer in het tempo waarin ik toespraakjes houd', en alleen al voor Neerlandistiek meer dan 4000 bijdragen leverde.
De KANTL feliciteert haar buitenlands erelid met deze schitterende en welverdiende onderscheiding.
__
De officiële motivatie:
De heer Marc van Oostendorp, Officier in de Orde van oranje Nassau
De reputatie van professor dr. Van Oostendorp binnen de Neerlandistiek is uitzonderlijk, zowel in Nederland als daarbuiten. Zijn wetenschappelijke gezag gaat gepaard met een opvallende veelzijdigheid en vernieuwingskracht. Daarnaast staat hij bekend om zijn grote betrokkenheid bij onderwijs en didactiek. Vooral zijn vermogen om bruggen te slaan tussen wetenschap en samenleving wordt breed gewaardeerd. Wanneer nodig zet hij zich nadrukkelijk in voor de verdediging van kennis, cultuur en academische vrijheid.
Collega’s wijzen met bewondering op zijn immense publicatie-output en talrijke neventaken. Sommigen vragen zich hardop af hoe hij tijd vindt voor rust en ontspanning. Iedereen is het erover eens dat zijn invloed die van een gemiddelde hoogleraar ver overstijgt. Binnen vrijwel elk terrein van de Neerlandistiek heeft hij een bepalende rol gespeeld.
Daardoor geldt hij als het gezicht van de Neerlandistiek binnen én buiten Nederland. Van Oostendorp zette zich jarenlang in voor de Nederlandse taal in al haar facetten. Hij beperkte zich daarbij nooit tot zijn formele leeropdracht fonologie en taalvariatie. Ook op het gebied van letterkunde, taalbeheersing en communicatie was hij actief.
Bijzonder zichtbaar is zijn bijdrage aan het onderzoek en de popularisering van dialecten. Hij schreef meerdere boeken, maakte een televisieserie en ontwikkelde een dialectenapp met tienduizenden gebruikers. Zijn betekenis wordt ook in Vlaanderen erkend met een erelidmaatschap van de Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letteren.
Daarnaast werd hij benoemd tot eerste gasthoogleraar Nederlands aan de Sorbonne. Daar versterkte hij niet alleen het onderwijs Nederlands, maar ook de culturele banden tussen Frankrijk en Nederland.
Een ander belangrijk speerpunt in zijn werk is onderwijsvernieuwing in het middelbaar onderwijs. Sinds 1999 speelt hij een sleutelrol in het Meesterschapsteam Nederlands. Daarmee verbindt hij wetenschappelijke inzichten direct aan de onderwijspraktijk. Als bruggenbouwer bereikt hij een breed publiek via artikelen, digitale platforms en online colleges.
Hij was bovendien een pionier in de digitalisering van de Neerlandistiek en haar infrastructuur. Veel van zijn initiatieven voerde hij langdurig en onbezoldigd uit.
Zijn passie, productiviteit en maatschappelijke betrokkenheid maakten hem tot een breed erkend boegbeeld van het vak.