03.12.2026

Op donderdag 3 december organiseren de KANTL, Poëziecentrum en de lage landen hun eerste Ωhm-sessie: een namiddag over poëzie en engagement. Lezingen van academici worden afgewisseld met optredens van Nederlandstalige dichters.

Wat kan poëzie betekenen in een wereld die voortdurend in beweging is? Wanneer wordt een gedicht een vorm van protest? En hoe kunnen dichters zich verhouden tot thema’s als identiteit, klimaat, politiek en maatschappelijke verandering?

Dichters voelen zich steeds vaker aangesproken door de grote uitdagingen van hun tijd. Ze zoeken elk op hun eigen manier naar een relatie tot de wereld om hen heen. Dat engagement kan vele vormen aannemen.

Hedendaagse poëzie vertrekt daarbij niet langer vanuit grote zekerheden of een vanzelfsprekende autoriteit. Net die openheid en kwetsbaarheid maken haar krachtig: poëzie stelt vragen, schuurt, zoekt en spreekt zich uit. Over de wereld. Over anderen. Over onszelf.

Lies Gallez, Zindzi Tillot Owusu en Dominique De Groen laten in hun optredens horen hoe engagement vandaag in poëzie kan klinken.

Linde De Potter (KU Leuven) gaat in op engagement en genderidentiteit, Pieter Verstraeten (KU Leuven) op engagement en klimaat en Ruben Vanden Berghe (VUB) op engagement, politiek en AI.

Yves T’Sjoen (KANTL/UGent) gaat met de onderzoekers, dichters én het publiek in gesprek.

Praktisch & inschrijven

  • Datum: donderdag 3 december 2026

  • Tijd: 14.00–18.00 uur

  • Locatie: Huis van Oombergen, Koningstraat 18, 9000 Gent

  • Prijs: €5 | gratis voor studenten (op vertoon van studentenkaart)

portretfoto van Zindzi Tillot Owusu door Marianne Hommerson.jpeg
Marianne Hommerson

Zinzi Tillot Owusu behaalde in 2026 een Master Drama (Writing for Performance) aan de LUCA School of Arts. Zij is lid van het schrijverscollectief  Hyster-X (sinds april 2022), gastschrijver voor nY en hoofdredacteur van het tijdschrift Kluger Hans. Ze publiceerde poëzie en kortverhalen in onder meer Deus Ex Machina, De Revisor, nY, Galaxy Gazette.

portretfoto van Dominique De Groen door Ward Van Hooreweghe.jpeg
Ward Van Hooreweghe

Dominique De Groen is schrijver en mede-oprichter van Marktcorruptie, een label voor zines. Bij het balanseer publiceerde ze de dichtbundels Shop Girl (2017), Sticky Drama (2019), Offerlam (2020) en Slangen (2022), die o.a. werden bekroond met de Frans Vogel Poëzieprijs, de Jan Campertprijs en de Cultuurprijs van Stad Gent. Haar gedichten, fictie en essays verschenen in diverse tijdschriften, on- en offline. In maart 2026 verscheen haar roman Corpus Britney, die werd genomineerd voor de Bronzen Uil en ondertussen al aan een vierde druk toe is. 

portretfoto van Lies Gallez door Iris Kelly Kuntkes
Iris Kelly Kuntkes

Lies Gallez behaalde in 2014 haar masterdiploma Audiovisuele Kunsten, afstudeerrichting Schrijven, aan het RITCS in Brussel. Datzelfde jaar won ze de publieksprijs van de A.L. Snijdersprijs. Haar verhalen verschenen onder meer in De Gids, Kluger Hans en Deus Ex Machina, en haar poëzie in Het Liegend Konijn. In 2021 verscheen haar debuutbundel met korte verhalen, Het water vangen. In 2023 volgde haar poëziedebuut Honger, heteronormativiteit. In 2026 verscheen haar romandebuut, Twee mensen worden.

portretfoto van Pieter Verstraeten door Cedric Raddoux
Cedric Raddoux

Pieter Verstraeten doceert moderne Nederlandse literatuur en verhaaltheorie aan de KU Leuven. Hij doet onderzoek naar verschillende aspecten van de literaire cultuur in Vlaanderen en Nederland vanaf de negentiende eeuw, tot vandaag, met speciale aandacht voor de relatie tussen literatuur en pedagogie en voor de rol van objecten in de literaire verbeelding. Hij is tevens betrokken bij het Centrum voor Literatuur en Onderwijs, het onderzoekscollectief MDRN en het tijdschrift De Moderne Tijd.

Ruben Vanden Berghe is als postdoctoraal onderzoeker en gastprofessor Nederlandse letterkunde verbonden aan de Vrije Universiteit Brussel. Eerder was hij als onderzoeker en docent verbonden aan de Universiteit van Keulen en Tilburg University. Aan de Universiteit Gent verdedigde hij zijn door het FWO gefinancierde doctoraatsproject Netwijdte. De sublieme verbeelding van het internet in de Vlaamse en Nederlandse roman. Hij publiceerde onder meer over de literaire verbeelding van het vroege internet in de jaren 1990 en zinecultuur. Daarnaast schrijft hij over Nederlandstalige experimentele literatuur, hedendaagse poëzie en elektronische literatuur.

Linde De Potter doceert moderne Nederlandse literatuur en poëzietheorie aan de KU Leuven. Ze verricht onderzoek naar moderne Nederlandse literatuur en literatuurgeschiedenis, in het bijzonder over de thema’s van het schrijversoeuvre, poëzie en materialiteit en naoorlogse (experimentele) literatuur.

Lees het abstract van Ruben Vanden Berghe

“Zeg je ik, zeg je Tata Steel” – Automatische taalgeneratie en het politieke dichterschap van Maarten van der Graaff

In Huishoudboekje van de verborgen dingen (2025), de vierde bundel van de politiek geëngageerde dichter Maarten van der Graaff, vinden we ‘Tata Steel, ben jij beleid?’, een lang gedicht dat als een enkele, doorlopende regel de hele bundel doorkruist. Het gedicht voert een al dan niet fictioneel gesprek op tussen de dichter en kunstmatige intelligentie, waarbij de dichter zijn gesprekspartner verzoekt de stem van het Indische staalbedrijf Tata Steel aan te nemen. De stemmen van dichter en machine gaan daarbij steeds meer door elkaar lopen, met als resultaat een ambivalent gedicht dat de grenzen opzoekt van de conventionele poëtische communicatie.

Al in eerdere bundels zoals Vluchtautogedichten (2013) en Nederland in stukken (2020) vermengde Van der Graaff het intieme met onpersoonlijke registers. Dat gebeurt ook in ‘Tata Steel, ben jij beleid?’: Van der Graaff incorporeert de kunstmatig gegenereerde taal van grote taalmodellen als ChatGPT in zijn poëzie om onder meer een anonieme multinational aan het woord te laten. In deze lezing werp ik een licht op de verschillende registers die in ‘Tata Steel, ben jij beleid?’ botsen en klinken. In het bijzonder besteed ik aandacht aan de klassieke poëtische troop van de apostrof, die in Van der Graaffs AI-gedicht op losse schroeven komt te staan. Zo zal ik laten zien op welke wijze de ontmantelde apostrof ideologiekritische betekenis krijgt in het licht van Van der Graaffs politiek-poëtische project.

Lees het abstract van Pieter Verstraeten

Planten, dieren en dingen in een meer-dan-menselijke wereld

Dit jaar verscheen, zes jaar na de eersteling Zwemlessen voor later, de bundel Tongval van het verdwijnen, een initiatief van de Klimaatdichters. In deze verzamelbundel pogen vijftig dichters met behulp van de poëzie een stem te geven aan evenzoveel niet-menselijke organismen, van de steenarend tot het mycelium, die in dit tijdperk van de mens allemaal bedreigd zijn. In mijn lezing werp ik een blik op de vragen die deze gedichten oproepen: welke middelen zetten deze dichters in om voorbij de mens te denken? En is het wel mogelijk om met de menselijke taal een glimp van het meer-dan-menselijke op te vangen?

Lees het abstract van Linde De Potter

‘En blijf ik hunkeren’. Durven verlangen in de hedendaagse Nederlandse poëzie

Als Julia Tulkens’ poëziebundel Ontvangenis in 1936 verschijnt, is dat tegelijk een literaire gebeurtenis én een klein schandaal. Terwijl iemand als Elsschot Tulkens’ vrijmoedige gedichten over de liefde tussen man en vrouw ronduit verfrissend vond en Buckinx lof had voor de ‘mannelijke durf’ die eruit sprak, vonden andere (veelal katholieke) critici de beschreven vrouwelijke sensualiteit in de bundel stuitend. Als reactie op die commotie krijgt de tweede druk (1937) een voorwoord van dr. Marja de Cordier. Zij drukt de lezer op het hart dat Tulkens’ werk geen ‘vrouwelijke reserve’ tekortkomt. Ontvangenis spreekt uitsluitend over de ‘natuurlijke uitkomst van de huwelijksliefde waarvan de zedelijke en het waardevolle niet betwijfeld kunnen worden’ en het liefdeskind is ‘slechts de bevestiging van het eeuwig vrouwelijke bereid zijn den geliefden man vreugde te bereiden’.

Deze merkwaardige apologie doet voor de hedendaagse lezer erg genderstereotiep en bevreemdend aan, maar tegelijk raakt ze aan een aantal vragen die vandaag nog altijd spelen. Wie mag spreken over erotiek en verlangen? En wat mag er (niet) gezegd worden? Welke ervaringen van verlangen zijn legitiem, en van wie? En wat leert ons dat over de heersende machtsverhoudingen? Ik wil in mijn lezing nagaan hoe hedendaagse Nederlandstalige dichters normen rond gender en identiteit zichtbaar maken en (kritisch) tegen het licht houden. Welke ruimte durven zij op te eisen om te spreken over vrouwelijk en/of queer verlangen? En hoe krijgt dat verlangen stem in de poëzie van vandaag? Vertrekkend van Tulkens’ Ontvangenis neem ik poëzie van onder anderen Alara Adilow, Sarah De Koning, Lies Gallez en Charlotte Van den Broeck onder de loep.

logo ohm-sessies
KANTL