De negentiende-eeuwse Vlaamse Wagner-appreciatie is vanuit Europees perspectief gezien niet zo rijk en slechts bij momenten kan men in Vlaanderen spreken van een echte Wagnercultus. Toch bezit zij een eigen identiteit, die vooral gelegen is in de nationale benadering van Wagners persoon en werk. Het eerste deel van de studie (periode 1844-1876) toont aan hoe deze nationale visie haar oorsprong vindt bij Peter Benoit en Edmond Van der Straeten, maar vooralsnog tot het muziekleven beperkt blijft. Het tweede deel (periode 1876-1893) laat zien hoe ook literaire figuren als Albrecht Rodenbach, Pol de Mont, Eugeen van Oye e.a. in de ban raken van Wagners muziek en het nationale Wagner-beeld door persoonlijke inzichten verbreden. Het derde deel ten slotte (periode 1893-1914) schetst hoe Wagners kunst van betekenis wordt voor heel het Vlaamse cultuurleven: in en rond de Vlaamse Opera bereikt de nationale Wagner-visie een hoogtepunt, terwijl Van Nu en Straks (Vermeylen, Hegenschiedt) gestalte geeft aan een totaal ander Wagner-beeld en de componist vooral waardeert als anarchist en revolutionair.
€
42
1983