Ann Marynissen (Turnhout, 1963) studeerde Germaanse filologie en computerlinguistiek aan de KU Leuven. In 1993 behaalde ze haar doctoraat in de Germaanse taal- en letterkunde aan dezelfde universiteit. Ze begon haar academische loopbaan aan de KU Leuven (1986-1996). Vervolgens was ze docent Nederlandse taalkunde aan de Universität zu Köln (1996-2002) en doceerde ze Middelnederlandse en historische taalkunde aan de VU Amsterdam (2003-2005). Sinds 2005 is ze hoogleraar Nederlandse taalkunde aan de Universität zu Köln, Institut für Niederlandistik.
Ze is gespecialiseerd in naamkunde en historische taalkunde. Haar naamkundig onderzoek richt zich op de verspreiding van familienamentypes in het Nederlandse taalgebied, zoals gedocumenteerd in de online Atlas van familienamen in het Nederlandse taalgebied: http://familienamen.eu/atlas/. Tevens realiseerde ze de website www.familienaam.be, waarop de verspreiding van elke familienaam in België kan worden opgezocht.
Als historisch taalkundige heeft ze verschillende aspecten van de geschiedenis van het Nederlands onderzocht, met name het Middelnederlands en het Vroegnieuwnederlands. Ze bestudeerde onder andere de invloed van de boekdrukkunst op de standaardisering van het Nederlands in de vroege 16de eeuw. Samen met Guy Janssens publiceerde ze Het Nederlands vroeger en nu (2011, vierde druk), een taalgeschiedenis gericht op extramurale studenten. Met Theo Janssen maakte ze een editie, met een hertaling in modern Nederlands, van de vrome satire Der zotten ende der narren scip (1500) van de Gentse humanist Josse Bade.